Bouwers en blazers Van boom tot blokfluit Blokfluit van klein tot groot

BLOKFLUIT van klein tot GROOT

Wat maakt een blokfluit tot een blokfluit?
Natuurlijk weet iedereen hoe een blokfluit eruitziet, maar meestal wordt dan alleen gedacht aan het instrument waar veel kinderen op beginnen te spelen: de sopraanblokfluit . Dat er veel meer soorten en maten blokfluiten bestaan, is zelfs bij volwassenen niet altijd bekend. Zo wordt er na een blokfluitconcert nog wel eens gevraagd: "is dat grote instrument met dat pijpje een fagot.?" Naast de sopraanblokfluit zijn vooral de alt-, tenor- en basblokfluit (of basset) veel bespeelde instrumenten. Vooral de moderne typen, die gebaseerd zijn op de fluiten uit de barok , zijn bekend. Niettemin bestaan er blokfluiten in allerlei modellen, afmetingen, materialen en stemmingen.


In deze blokfluit van perspex (bouwer Frans Twaalfhoven) zie je het blokje in de kop zitten.

Het blok
De blokfluit dankt zijn naam aan het feit dat er een los blokje hout in de kop zit, waarlangs de lucht richting het labium geblazen wordt. Dit blok is van ander hout gemaakt dan de rest van de fluit en kan doordat het los zit gemakkelijk uitzetten en inkrimpen, zonder dat het barst. Want hout reageert niet alleen op kou en warmte, maar vooral ook op de vochtige lucht die je in het windkanaal blaast. En als de fluit van één stuk hout zou zijn gemaakt, dan zou dat hout bij veel vocht ook uitzetten, waardoor het instrument zou barsten. Ook in reusachtig grote fluiten als de contrabas of de vierkante Paetzoldinstrumenten zit een blok!


Het blok wordt er uit geslagen.


Het blok


Kop zonder blok

Hoe heten de onderdelen van een blokfluit?
Hieronder zie je een tekening van een blokfluit met daarbij de namen van de onderdelen. Voor sommige onderdelen heb je ook andere namen. Zo noem je de kernspleet ook wel het windkanaal en de kernfase( het schuine randje aan het blok) ook wel schämpfer. De opening bij het labium noem je venster.

Hoe ontstaat het geluid van een blokfluit?
Voor het ontstaan van een toon is bij een blokfluit het labium erg belangrijk. Als je op een blokfluit speelt, blaas je de lucht door het windkanaal tegen het dunne randje van het labium aan, waardoor er luchtwervelingen ontstaan.

Een deel van de lucht verdwijnt naar buiten, een ander deel gaat door de buis van de fluit en brengt de lucht in die buis in trilling. Door gaten te sluiten of te openen maak je de buis langer of korter en wordt de toon lager of hoger.

Ook het duimgat is kenmerkend voor de blokfluit. Door dit gat aan de achterkant van het instrument (gedeeltelijk) te openen wordt het veel makkelijker mooie hoge tonen te spelen zonder dat je veel harder hoeft te blazen.

Op http://nnvaq.tue.nl/fluit/fluit.html kun je precies lezen hoe het werkt, en kun je op een filmpje de luchtwervelingen zien.

Hoe heten en hoe klinken al die soorten blokfluiten?

Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt
Contrabas

 

Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt
Van boven naar beneden: c-bas, bas(set), tenorblokfluit, altblokfluit, sopraanblokfluit, sopranino

Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt Klik om te horen hoe deze blokfluit klinkt
Van boven naar beneden: bas(set), tenorblokfluit, altblokfluit, sopraanblokfluit, sopranino

De 7 blokfluiten die je op de foto's ziet zijn gebouwd naar voorbeelden uit de barok en klinken een halve toon lager dan de moderne blokfluit.

De fluiten worden genoemd naar de toon die klinkt als alle gaten dicht zijn. Zo staat de sopraanblokfluit in c'', omdat de laagste toon een c'' is. De streepjes geven aan welke c het is, want je hebt natuurlijk lage c´s en hele hoge c´s! De meest gebruikte instrumenten staan in C of in F, maar er bestaan (en bestonden) ook fluiten met andere grondtonen, zoals bijvoorbeeld in D, G, Bes of A.

De 'omvang' geeft de tonen aan die goed klinken op het instrument. Vaak is het mogelijk nog hogere tonen te spelen, maar dan moet je daar speciale grepen voor gebruiken en zelfs de onderkant van de fluit voor afsluiten op je been! Doorgaans is de meest gebruikte omvang twee oktaven plus 1 toon. De sopraan heeft dus een omvang van c'' tot c'''' plus de d''''. Het is ook mogelijk om de cis'''' te spelen, maar daar is dan weer de knie voor nodig. Voor het gemak geven we als omvang toch c''-d''''.

De contrabasblokfluit is één van de laagste blokfluiten die er bestaan. Er bestaat ook nog een subcontrabas in C, die nog langer en dus nog lager is, maar deze wordt niet zo veel gebruikt. De contrabasblokfluit staat in F en heeft kleppen en een buisje om door te blazen. Deze contrabas heeft een lengte van maar liefst 2.20 meter! De omvang is F-g'.

De Bas in C , of grootbas lijkt op de contrabas, maar is korter en staat in C. De omvang is c-d''.

De bas of basset zoals hij vroeger werd genoemd, wordt veel in ensembles bespeeld. Sommige hebben een buisje om door te blazen, maar vaak is het mogelijk het instrument direct aan te blazen.Deze bas klinkt een oktaaf (8 tonen) hoger dan de contrabas en is ook ongeveer de helft korter. De omvang is f-g''. Er bestaan ook bassen in g.

De tenorblokfluit staat in c' en wordt ook veel in ensembles bespeeld. Niettemin bestaat er ook veel solomuziek voor dit instrument. Soms heeft een tenor een klepje voor de pink, maar veel instrumenten hebben alleen vingergaten. De omvang is c'-d'''.

De altblokfluit wordt door heel veel mensen bespeeld. Want niet alleen in ensembles past de alt goed (zoals alle blokfluiten), maar ook als solo-instrument is deze fluit zeer geliefd. De meeste blokfluitmuziek is dan ook voor dit instrument geschreven. Deze altblokfluit staat in f', maar er bestaan ook instrumenten in d' (voice flute) en in g'. De omvang is f'-g'''.

De sopraanblokfluit is vaak de eerste blokfluit waar je mee in aanraking komt. Deze fluit past goed in kinderhanden en wordt daarom vaak gebruikt als beginnersinstrument. Maar het instrument is natuurlijk net zo volwaardig en goed als alle andere maten uit de blokfluitfamilie. De sopraan staat in c'' en heeft een omvang van c''-d''''.

De sopranino is nog kleiner dan de sopraan. Hij heeft dezelfde omvang als de alt, maar dan een oktaaf (8 tonen) hoger. De vingers zitten wat dichter bij elkaar, wat voor mensen met grote of dikke vingers een beetje lastig is. Er bestaat nòg een kleiner fluitje, dat wel het Garkleinflötlein (heel klein fluitje) wordt genoemd. Dat fluitje staat weer in c''', en vraagt om wel erg smalle vingers! De omvang van de sopranino is f''-g''''.